Laive Siebrand, ontroerend en onderhoudend
Een oude vrouw schuifelt haar zolder op. Met trillende handen pakt ze spullen die er al jaren liggen. Deze spullen roepen herinneringen op van vroeger. Plotseling verandert het licht en de oude vrouw gaat rechtop staan. We gaan terug in de tijd.
Zo begint de nieuwe voorstelling van theatergroep Waark, ‘Laive Siebrand’. Dit stuk is gebaseerd op ‘Lieve Arthur’ van schrijfster Judith Herzberg. En is vertaald naar het Gronings door Gré van de Veen. Waark speelt sinds 1973 Groningstalig toneel en heeft vele stukken op haar naam staan. De regie van ‘Laive Siebrand’ is in handen van Harm Ydo Hilberdink, hij regisseerde al eerder stukken van Waark, zoals ‘Scholtens Zienent’ en ‘De Appelboom’.
‘Laive Siebrand’ gaat over de relatie tussen drie zussen. Ada, gespeeld door Janneke Geertsema, en Lize, gespeeld door Foske Hopma Zijlema, wonen nog steeds in hun ouderlijk huis. Trude, Jopie Dijkstra, woont al jaren in Afrika met haar man Siebrand. Dan gaat Siebrand dood, en Trude komt terug naar Groningen. Maar de dood van Siebrand brengt veel meer teweeg. Ada is erg van streek, zij had voor Trude een relatie met Siebrand. Dit zorgt voor veel spanningen tussen de twee zussen. Lize staat tussen haar twee jongere zussen in en probeert de vrede te bewaren. Maar de problemen tussen Ada en Trude zijn te groot en gaan ver terug. Ze zorgen voor ruzies met veel oud zeer. Het eindigt op de zolder en de oude Ada is alleen.
Het stuk is oorspronkelijk geschreven voor televisie, het bestaat uit korte scènes. De overgangen zijn prachtig gedaan. Na elke scène valt het stil en valt het licht even uit. Het geeft de voorstelling rust maar maakt het niet langzaam. Het spel is prachtig en dialogen zijn erg scherp. De actrices zijn erg goed op elkaar ingespeeld.
Janneke Geertsema brengt humor in de voorstelling. Zij heeft een komisch talent en dat komt goed naar voren in deze rol. Dit combineert zij prachtig met de serieuze en emotionele kant van dit stuk. Foske Hopma Zijlema zet een kalme Lize neer. Een vrouw die niet graag praat over moeilijke, emotionele gebeurtenissen maar in haar stille spel laat ze haar emoties mooi zien. Ook de bereisde Trude die zich beter voelt dan haar zussen is gepast vertolkt door Jopie Dijkstra. Erg mooi hoe zij het verwaande karakter geloofwaardig neerzet zonder het te overdrijven.
Het decor stelt een rommelzolder voor, maar is tegelijkertijd een woonkamer, begraafplaats en café. Het is erg multifunctioneel maar komt af en toe wat bij elkaar geraapt over. De kostuums zijn goed gekozen, maar niet erg bijzonder. De kostuums van Trude bestaan uit tijgerprint, alles. Om te benadrukken dat ze uit Afrika komt. Dit is storend en te makkelijk gekozen en niet erg origineel.
Een mooi element is het ensemble achterop het toneel. Drie meisjes spelen cello, viool en piano. De live muziek geeft een extra dimensie aan het geheel. Daarnaast staan de drie meisjes voor de zusjes toen ze jong waren.
Kortom een bijzonder stuk van Waark, geschikt voor een groot publiek. Een aanrader voor iedereen die van Groningstalig theater houdt.
Laive Siebrand
Theatergroep Waark
Première 22 februari 2008
In Beresteyn, Veendam
Te zien tot 2009
Carver is ook deze keer lenig en gewaagd
Een voorstelling van theatergroep Carver is nooit saai. Ze zijn niet bang iets nieuws of bizars te proberen. Zo ook bij deze voorstelling weer. Carver kan zelfs op deze manier moeilijke onderwerpen aansnijden. Dat bewijzen ze met de voorstelling: ‘Gods wachtkamer’, geschreven en geregisseerd door Gerardjan Rijnders.
In deze voorstelling staat de band tussen moeder en dochter centraal. Een dochter (Beppie Melissen) bezoekt elke dag haar demente moeder (Joke Tjalsma) in een verzorgingstehuis. Hun band is echter gecompliceerd en het feit dat de moeder niet meer helemaal bij is maakt het niet makkelijker. Ze vergeet dat haar dochter er is en wie het is. Joke Tjalsma doet dit prachtig en erg geloofwaardig. Het is duidelijk dat deze vrouw dement is, maar voor dit gebeurde geen aardige vrouw was. Het lukt Tjalsma goed om deze twee lagen over te brengen.
Daarnaast moet de dochter haar twee onhandelbare zoons in het gareel houden. Wat hilarische scènes oplevert, met kleren die niet aanwillen of borden die over het podium vliegen.
De spanning in het stuk is sterk en erg goed gedaan en voor het publiek voelbaar. Duidelijk is dat moeder en dochter nooit een sterke band hebben gehad en dat er veel nooit uitgesproken is in hun relatie. Als je dan je moeder dagelijks moet verzorgen is dat nog zwaarder. De wanhoop die dat oplevert zet Melissen zo geweldig neer. Deze wanhoop is ook doorgetrokken in het decor. De sombere verzorgingskamer waar het decor uit bestaat, geeft de stemming van het stuk weer.
De voorstelling is modern en beweging en mime is een belangrijk element. Merijn de Jong en Roel Voorbij doen dit verbluffend en je mond valt open als je ziet wat deze twee jonge acteurs met hun lichaam kunnen, bijna acrobatisch. Het is prachtig om te zien. Het maakt de voorstelling gedurfd. Gerardjan Rijnders staat bekend om zijn bijzondere voorstellingen, deze is dus geen uitzondering. Rijnders werkte eerder samen met Carver en produceerde in 2004 ‘Zuur’ wat met veel enthousiasme ontvangen is. Net als deze bijzondere voorstelling.
Wat ik gemist heb in de voostelling is een echt verhaal. De voorstelling heeft een thema: dementie, maar er zit geen echt verhaal in. Dit hoort bij het moderne genre waarbinnen de voorstelling valt, maar er had meer een lijn in mogen zitten.
Toneelgezelschap: Carver
Stuk: God’s wachtkamer
Regie: Gerardjan Rijnders
Spel: Beppie Melissen, Joke Tjalsma, Merijn de Jong en Roel Voorbij
Gezien in: Grand theater Groningen
Op: 15 december 2007
Tournee: 28 november 2007 t/m 30 maart 2008
‘Ik ben weg’, confronterend en tragisch
Met een plastic zak over zijn hoofd, pillen en alcohol probeert Henry (Mark Rietman) aan het begin van ‘Ik ben weg’ zelfmoord te plegen. Want de schilder is helemaal alleen en door zijn paintersblok kan hij ook niet langer werken. Maar het meisje dat opeens in zijn kamer staat weerhoudt hem er echt een eind aan te maken. Is het een engel? Maar het blijkt de dochter van zijn jeugdvriend Jozef (Peter Blok). Een heftig begin van een bijzondere voorstelling.
Jozef komt naar Henry in de grote stad met zijn dochter Lisa (Lore Dijkman) omdat zij auditie doet voor de toneelschool. Ze vallen zomaar binnen en zijn niet van plan gelijk weer te verterekken, tot frustratie van Henry. Tijdens hun bezoek komt Henry erachter dat de vrouw, Saskia, van Jozef overleden is. In flsshbacks is te zien dat Henry een affaire heeft gehad met Saskia.
Alle frustratie van de twee jeugdvrienden komen eruit tijdens dit weekend. De jalousie van Jozef op het succes van Henry. Terwijl Jozef toch juist gezorgd heeft dat hij überhaupt succes heeft gehad. De irritaties van Henry over de burgerlijkheid en de middelmatigheid van Jozef en diens kunstwerken. Een haat-liefde verhouding vol misverstanden.
‘Ik ben weg’ is geschreven en geregisseerd door Ger Thijs, die eerder stukken als ‘Raak me aan’ voor Het Toneel Speelt. In al zijn stukken valt de scherpe manier van schrijven en regisseren op. De dialogen zijn confronterend en spannend. Met zo’n cast heb je natuurlijk snel een topstuk. Mark Rietman is prachtig als succesvolle maar eenzame kunstenaar. Zijn succes heeft gezorgd voor arrogantie waardoor hij uiteindelijk alleen achterblijft. Peter Blok speelt zijn oude jeugdvriend, ook kunstenaar alleen hij is nooit succesvol geweest. Mooi hoe hij vriendelijk en beleefd maar tegelijk geniepig en jaloers is. Lore Dijkman is in de eerste paar scènes wat zwak, maar groeit tijdens het stuk.
Het is vanaf het begin duidelijk dat over deze voorstelling goed is nagedacht en dat het goed in elkaar zit. Het decor is prachtig en sluit goed aan bij het stuk. Je ziet een grote kamer van een huis met daaromheen een verhoging. Goed gekozen deze lagen. Het geeft een extra dementie aan het toneel en het lijkt groter.
De woorden ‘Ik ben weg’ die Henry op een groot doek kalkt met verf voor hij de zak over zijn hoofd trekt, vallen tijdens het hele stuk op. Ze brengen je terug bij het begin en de titel van het theaterstuk.
Kortom een voorstelling die je vanaf het eerste moment blijft boeien. Helaas zakt af en toe de spanning wat weg, dit is jammer, maar niet storend De rest van het stuk is prachtig en zeker de moeite waard.
Opening Night schittert pas op het eind
![]()
Opening Night, Toneelgroep Amsterdam\NT Gent, Stadsschouwburg Amsterdam, 4 oktober 2007.
Al anderhalf jaar speelt Toneelgroep Amsterdam samen met NT Gent de voorstelling ‘Opening Night’. Volle zalen trekt het niet meer, dit bleek gisteravond in een bijna lege stadsschouwburg.
Een bijzondere voorstelling, naar een film van John Cassavetes geregisseerd door Ivo ten Hove. Het is een voorstelling over een voorstelling. Een toneelgezelschap werkt naar een première toe. Overdag repeteren ze en ’s avonds zijn er try-outs. Het stuk ‘De tweede vrouw’ gaat over een vrouw die ouder wordt. Alleen zijn er grote problemen met de hoofdrolspeelster Myrtle, prachtig gespeeld door Elsie Brauw. Zij heeft moeite met de rol van ouder wordende vrouw en zorgt voor veel problemen, tijdens de repetities, de voorstellingen en ook buiten het theater.
Het toneel is tijdensde gehele voorstelling een chaos. Er lopen veel mensen rond, daarnaast wordt er een documentaire gemaakt van ‘De tweede vrouw’, dus er is ook een cameraploeg. De beelden die de camera’s schieten zijn te zien op een groot scherm boven het podium. Dit geeft de voorstelling iets extras. Een deel van het publiek zit op het podium en is het publiek van ‘De tweede vrouw’.
Je moet als toeschouwer erg goed op letten, anders is het moeilijk te volgen. Het is vaak onduidelijk of een scène zich nou afspeelt in de repetitieruimte, tijdens een try-out of buiten het theater. Het is een erg drukke voorstelling, de kijker krijgt geen moment rust. Niet alleen door de grote groep mensen op het toneel die allemaal ergens anders mee bezig zijn, maar ook door het spel. Ten Hove denkt blijkbaar dat als je acteurs laat schreeuwen, dat ze emotie overbrengen. Dit is erg vervelend, want naast dat je niet meer kan verstaan wat ze zeggen, is het onplezierig om naar te kijken.
Elsie Brauw draagt het stuk, zij is prachtig. Het is intrigerend om naar te kijken en je begrijpt wat ze doormaakt.Een zwakke schakel is Hadewych Minis, zij speelt een fan van Myrtle die voor de schouwburg doodgereden word en daarna terug komt in de gedachten van Myrtle. Zij vertolkt zo de jonge Myrtle. Ze is druk, ongeloofwaardig en slecht te verstaan. Natuurlijk moet zij naakt over het podium rennen want het blijft een Ten Hove voorstelling.
Maar het einde van de voorstelling maakt veel goed, een prachtige scène met Jacob Derwig en Elsie Brauw. Voor het eerst hebben de spelers echt contact met elkaar. Dit geeft het stuk eindelijk de rust en de diepgang die het verder mist.
Blokker neemt geen blad voor de mond
Veel journalisten waren als kind al verslaafd aan nieuws. Jan Blokker is er een van. Als zevenjarige ging hij al wekelijks met zijn vader naar het Polygoonjournaal in het Cineac. Nu, na meer dan vijftig in het vak te zitten, is Blokker nog steeds niet weg te denken uit de Nederlandse journalistiek.
In 1951 deputeerde hij als schrijver met het boek ‘Sejour’. Een jaar later wordt hij gevraagd om als leerling-journalist bij het Parool te werken, hij komt terecht op de filmredactie. In 1954 gaat hij werken op de filmredactie van het Algemeen Handelsblad. Hier groeit hij uit tot een belangrijke Nederlandse filmcriticus die voor filmmakers de lat hoger legt.
Zelf schrijft hij scenario’s voor films, zijn eerste film ‘Fanfare’ komt uit in 1958. In 1993 en 1995 ontvangt hij voor zijn werk een Gouden Kalf.
Jan Blokker is niet bang zijn mening te geven. Als er plannen liggen bij het Algemeen Handelsblad om samen te gaan werken met De Telegraaf is Blokker boos. Uit protest neemt hij ontslag.
Maar aan werk geen gebrek, hij krijgt een baan aangeboden bij de VPRO en wordt het hoofd van informatieve programma’s. Ook maakt hij deel uit van het team achter het satirische VARA programma ‘Zo is het toevallig ook nog eens een keer’. Hij was verantwoordelijk voor heel wat spraakmakende televisie op dat moment.
Als de VPRO van koers wijzigt aan het eind van de jaren zestig heeft Jan er genoeg van. Duidelijk is hierdoor wel dat hij niet tegen bepaalde vernieuwing kan.
Hij komt terecht bij de Volkskrant en krijgt de functie van adjunct-hoofdredacteur. Op dat moment gaat het niet goed met deze krant, de oplage neemt af en de redactie lijkt ingedut. Hij voert vele veranderingen door. Dit met een positief effect, na een aantal jaren stijgt de oplage van de Volkskrant weer.
Bekend wordt hij onder de lezers met zijn column. Maar ongeveer een jaar geleden stopt Blokker bij de Volkskrant. Niet zomaar, maar om een ruzie. Blokker voelt zich behandeld als een ‘snotjongen’. Hij is het niet eens met nieuwe veranderingen bij de krant en vindt dat hij onvoldoende is ingelicht. Zoals hij al eerder gedaan heeft bij stapt hij ook nu op.
Hij gaat naar het NRC Handelsblad en de NRC Next. Het NRC ‘riekt’volgens hem ‘meer naar krant’. Hij is hier natuurlijk weer op de filmredactie te vinden en staat drie keer per week met een column in de NRC Next. Blokker is populair onder de jonge doelgroep van de NRC Next.
De columns zijn ook te vinden op zijn NRC weblog en kunnen voor heftige reactie zorgen. Blokker neemt geen blad voor de mond. In zijn column van afgelopen vrijdag laat hij geen spaan heel van politicus Geert Wilders. De woorden ‘peroxideracist’ en ‘de rassenscheider met het bleekmiddelenhoofd’ schieten bij veel aanhangers van Wilders in het verkeerde keelgat. Op Blokkers weblog wordt dan ook flink gediscussieerd. Er zijn weinig tachtig jarigen met een weblog, laat staan één die discussie oproept. Een noemenswaardig onderdeel van een bijzondere carrière. En iets verteld mij dat we nog niet af zijn van Jan Blokker.
Het weblog van Olivier van Beemen
Olivier van Beemen is freelance journalist in Parijs, voor zijn reportages reist hij door heel Frankrijk. Hij houdt een weblog bij waarop hij verteld wat hij allemaal meemaakt.
Ik heb dit blog uitgekozen omdat ik het interessant vind om te lezen wat een correspondent in het buitenland allemaal bezighoud. Hij reist door een ander land voor zijn werk en maakt andere dingen mee.
Ik vind het weblog vlot geschreven en zijn eigen mening is terug te vinden in de stukken die hij post. Hij behandeld op zijn weblog veel verschillende onderwerpen, zoals politiek, sport maar ook muziek en cultuur. De veelzijdigheid maakt zijn blog interessant.
Een ander goed element van zijn weblog is dat hij veel gebruikt maakt van film en foto. Zo worden de teksten ondersteund met beeld. Een nadeel hiervan is, is dat het er wat rommelig uitziet omdat de teksten door de plaatsjes opgebroken worden. Dit vind ik niet erg prettig lezen. Ook heeft hij veel links naar andere site’s of artikelen op zijn blog. Dit is aan de ene kant goed, want je komt eenvoudig aan verdere informatie. Maar het komt visueel chaotisch over. Wat een erg handig onderdeel van zijn weblog is dat de artikelen een thema hebben. Via de thema’s kan je zijn andere artikelen vinden die met dat thema te maken hebben.
Wat ik wil gebruiken op mijn blog, is het gebruik van foto’s, wel minder dan Olivier van Beemen doet. De foto’s maken de artikelen sterker. Verder is het gebruik van lichte kleuren prettig, het maakt de site rustig.
Het archief van zijn artikelen is opgebouwd van eerst geplaatst artikel naar laatste per maand. Dit zou ik andersom doen, men wil het liefst je laatste artikelen lezen, die moeten daarom het eerst te bereiken zijn.
Aan de ene kant is het goed om over veel verschillende onderwerpen te schrijven op je weblog, omdat het daarom minder eentonig is. Aan de andere kant is het misschien wat verwarrend. Veel mensen gaan naar weblogs om te lezen over een bepaald onderwerp. Als je je niet specialiseert trek je deze bezoekers niet. Ik wil daarom wel schrijven over verschillende onderwerpen maar me wel beperken tot een paar om het niet te algemeen te maken.
Welkom!
Welkom op mijn Weblog!
Mijn naam is Iris Drenth ik zit in het derde jaar van de opleiding Journalistiek en Media aan de Hogeschool van Amsterdam. Op deze weblog kunt u lezen waar ik mij mee bezig houd gedurende mijn studie en het begin van mijn carrière.
Al van jongs af aan wil ik journalist worden. Als kind hield ik van verhalen schrijven en was ik dolblij als ik op mocht blijven om het journaal te kijken.
Mijn passie ligt bij de radio en de schrijven pers. De komende twee jaar wil ik uitzoeken welke van deze richtingen ik uit wil. Op mijn weblog richt ik mij op de schrijvende pers, omdat ik dit nog meer wil ontwikkelen. Mijn streven is het maken van achtergrond artikelen of reportages, maar vooral ook het schrijven van recensies. Ik ben opgegroeid met theater en zou graag mijn journalistieke passie en mijn liefde voor theater combineren.
Op deze weblog zijn mijn ontwikkelingen en vaardigheden te vinden.